doorzoek de site
 

Kennisbank


Pingoruïnes

Pingoruïnes zijn overblijfselen uit de laatste ijstijd, zo’n 80.000 jaar geleden. Er heerste hier indertijd een toendraklimaat. Het was een landschap zoals we dat nu kennen van Spitsbergen, het noorden van Canada en Siberië. Er lagen geen gletsjers, zoals in eerdere ijstijden, die ons de zwerfkeien brachten. De bodem was wel permanent bevroren, alleen het bovenste laagje van de grond ontdooide in de zomer.

 

Pingo’s zijn grote ronde of ovale kuilen, omgeven door een aarden wal en gevuld met water. Tijdens de ijstijd vormden zich onder de grond grote ijskernen, die ontstonden wanneer grondwater naar boven wilde komen. Dit bevroor, zodat overal dikke klompen ijs ontstonden. Deze zwollen op, zodat de kleiachtige grond omhoog kwam. Er ontstonden zo heuveltjes of pingo's. De aarde die op de heuveltjes lag gleed naar beneden. Toen het warmer werd begonnen de ijskernen te smelten. Zo bleef een kuil achter met  rondom een aarden wal, de pingoruïne.

 

In Achtkarspelen vinden we veel pingo’s. Een groot aantal nog afgedekt met grond en niet als zodanig herkenbaar in het landschap.

 

Geologisch onderzoek:

Veel pingoruïnes worden na het afsmelten van het ijs langzaam opgevuld met veen.

Dit opvullen kan vele duizenden jaren in beslag nemen. Doordat in het water van pingoruïnes veel pollen en zaden van planten terecht komen, wordt in het veen informatie opgeslagen over de vegetatie. Deze informatie kan gebruikt worden om het klimaat dat tijdens de opvulling heerste te reconstrueren. Om deze reden zijn pingoruïnes bij (kwartair)geologen erg in trek als klimaat-archieven.

 

Verborgen pingo’s:

De pingoruïne is een soort oase in het veld met veel planten en dieren. De vochtige zone in het droge zandgebied trekt vogels en zoogdieren aan, die op zo’n rustige plek graag even komen drinken. Als het water van dit natuurlijke meertje voedselarm is, vinden we veel kikkers, salamanders en libellen. Ook reeën vinden hier een drinkplaats. Langs de oever staan lisdodde, moeraswederik en zompzegge. Maar ook de waterranonkel wil er groeien.

 

In het kader van het “Miedenproject” (2006) is door middel van geavanceerde metingen, middels laserstralen vanuit een overvliegend vliegtuig, de minieme hoogteverschillen in het Miedengebied in kaart gebracht. Uit deze metingen blijkt dat hier meer pingo’s liggen dan waar ook in ons land. Bij deze pingo’s is het oude veenpakket nog volledig intact. Dat veen bevat dan misschien nog historische informatie die zorgvuldig met worden onderzocht.

 

Meerdere pingo’s hebben in de volksmond namen gekregen. “Binnenvliet” en “Bootsma’s poel” zijn hier voorbeelden van. In 2006 is een gerestaureerde pingo langs het Swaddepaed nabij Twijzelerheide vernoemd naar de Friese gedeputeerde Anita Andriesen; deze pingo heeft de naam “Anita’s poel” gekregen.