doorzoek de site
 

Kennisbank


Miedengebied

De gemeente Achtkarspelen kent een aantal unieke natuurgebieden die samen  het Miedengebied vormen.

Het gebied bestaat uit de Drogehamstermieden, Izermieden, Twijzelermieden, Surhuizumermieden, Buitenpostermieden en de polder Rohel.

 

Het open Miedengebied is ontstaan nadat grote veenpakketten (4 m dik) door invloed van de voormalige Lauwerszee werden weggeslagen. De Mieden, de naam staat voor natte hooilanden, zijn eeuwenoude veenweidegebieden met veel sporen uit een ver verleden. Rond zevenduizend jaar geleden leefden hier mensen in een landschap van moeras, heide en bos. Ze vestigden zich op de hogere en droge zandkoppen. Ze jaagden en visten en trokken door het veen over paden die ze maakten van boomstammetjes. Plukjes moerasbos, zo nat dat ze nooit ontgonnen zijn, liggen nog in het landschap. Het wemelt hier nog van de pingoruïnes, restanten uit de IJstijd.

 

Veel variatie in planten...

Overgangen in het landschap zijn vaak rijk aan planten en dieren en dat geldt ook voor de Mieden. Het gebied ligt laag en is daardoor van oudsher erg nat. Vanuit de omringende zandgronden, zelfs vanaf het Drentse plateau, stroomt grondwater naar deze lage delen toe, waar het als 'kwelwater' omhoog komt. Het is rijk aan kalk en ijzer. Het ijzer geeft het

schone (!) water een roestbruine kleur. Hier en daar lijkt het alsof er olie op het water drijft. Dat is echter schijn. Het is het vlies van ijzerafbrekende bacteriën. Het voorkomen van plantensoorten als Holpijp en Grote boterbloem laat zien waar dit het geval is. Tijdens de weg die het water aflegt door de ondergrond, verandert het van samenstelling. Binnen het gebied kunnen dan ook verschillende typen kwelwater gevonden worden. Op plaatsen waar kwelwater binnen het bereik van de planten komt, zijn vegetaties als dotterbloemhooilanden, blauwgrasland en trilveen te vinden, met bijzondere soorten als Spaanse ruiter, Ronde zegge, Vlozegge en Brede orchis. Dergelijke vegetaties en soorten zijn in Nederland, en vaak ook daarbuiten, zeer zeldzaam geworden.

 

...en dieren in het Miedengebied

De lage, open delen zijn rijk aan weidevogels. Er komen meerdere bedreigde en kwetsbare soorten voor, als Zomertaling, Kemphaan, Grutto, Tureluur, Paapje en Watersnip. Voor deze laatste soort, de Watersnip, is de Mieden het belangrijkste broedgebied in Friesland en daarmee ook voor heel Nederland van groot belang. De watersnip wordt ook wel hemelgeit genoemd. Hij maakt namelijk een blatend geluid, zoals van een geit, waarbij hij hoog in de lucht rondvliegt. De lange snavel van een watersnip neemt meer dan en kwart van de totale lichaamslengte in beslag. De snip houdt van duisternis. Aan de grote bolle ogen is te zien dat de watersnip voornamelijk een nachtvogel is. Tegen de schemering gaat hij op voedsel uit.

 

De rest van het gebied heeft een meer besloten karakter, door de aanwezigheid van onder meer singels, struwelen en moeras. In struwelen, jonge bosranden en opgaand bos broeden soorten als Boomkruiper, Boompieper, Gekraagde roodstaart en Bosrietzanger. Natte elementen als ondiepe petgaten en sloten zijn belangrijk voor foeragerende watervogels en ook komen er veel libellensoorten voor. Enkele bijzondere soorten zijn de Maanwaterjuffer en de Smaragdlibel.

(Bron: Ecologisch Bureau Altenburg en Wymenga)